Hoe meet je pijn?

Bij het beoordelen (en vervolgens behandelen) van pijn bij patiënten met kanker en het begeleiden van de patiënt is het van belang de aard van de pijn goed in kaart te brengen en te blijven volgen. Hiervoor kunnen specifieke pijnvragenlijsten gebruikt worden (voor signalering, screening en monitoring).¹

Soorten vragenlijsten

Unidimensionele pijnvragenlijsten vragen naar de intensiteit van de pijn en maken gebruik van een pijnschaal:

  • Visual Analogue Scale (VAS): een lijn van 10 centimeter, met aan de uiteinden ‘geen pijn’ en ‘ergst denkbare pijn’
  • Numerical Rating Scale (NRS): een schaal van 0 (geen pijn) tot 10 (ergst denkbare pijn)
  • Verbal Rating Scale (VRS): variërend van een vier (geen, licht, matig, ernstig) tot een zes punts-schaal (geen, heel licht, licht, nogal, ernstig, heel ernstig)

De richtlijn Pijn bij kanker adviseert de NRS en als tweede keus de VAS of VRS. Een cijfer van ≥ 5 betekent een grote invloed op het dagelijks functioneren. De richtlijn adviseert actie te ondernemen bij een pijnscore van ≥ 4 (overeenkomstig het VMS Veiligheidsprogramma) en als de patiënt ermee instemt. Het streven is naar een klinisch relevante pijnstilling, gedefinieerd als een vermindering van de pijn > 2 punten of > 30%. Vraag daarnaast altijd of de gemelde pijnintensiteit acceptabel is voor de patiënt.¹

Multidimensionele pijnvragenlijsten (specifieke pijnanamnese met aanvullende vragen) besteden naast de pijn zelf ook aandacht aan wat het hebben van pijn voor de patiënt betekent (psychologische, sociale en functionele dimensies van pijn)
Voorbeelden zijn de Brief Pain Inventory (BPI) of de McGill Pain Questionnaire (MPQ).

De BPI wordt het meest gebruikt en is een eenvoudig instrument dat bestaat uit:

  • op 4 manieren gemeten pijn: op dit moment, de minste, de ergste en de gemiddelde pijn
  • ingenomen pijnmedicatie
  • locatie van de pijn
  • invloed op het dagelijks functioneren

De MPQ is een lange vragenlijst met samengestelde metingen van 4 dimensies (sensorisch, affectief, evaluatief en overig) van pijn beschrijft. Er is ook een verkorte MPQ ontwikkeld.¹

Neuropathische pijn

Om neuropathische pijn te kunnen onderscheiden kan de DN4 of de PainDetect vragenlijst gebruikt worden. Beide vragenlijsten zijn vertaald en gevalideerd in het Nederlands bij niet-oncologische patiënten. De DN4 bestaat uit 10 items; bij een score van >4 is waarschijnlijk sprake van neuropathische pijn. De PainDetect bestaat uit 62 items.¹

Doorbraakpijn

Voor doorbraakpijn zijn geen aparte gevalideerde vragenlijsten beschikbaar in het Nederlands. De NRS is het meest bruikbaar voor het identificeren van doorbraakpijn.¹ Wat is de definitie van doorbraakpijn?

Pijnmetingen door derden

Indien het niet mogelijk is de pijn door de patiënt zelf te laten scoren, is pijnmeting door anderen mogelijk. Hierbij is het van belang te weten dat artsen pijn bij patiënten met kanker onderschatten en mantelzorgers deze te overschatten. Verpleegkundigen schatten de pijn het best in.
Als het niet mogelijk is om een NRS of VAS af te nemen, wordt een gedragsobservatieschaal gebruikt.¹,²

De impact van pijn op dagelijks functioneren

Omdat pijn beïnvloed wordt door andere symptomen dient naast de pijn ook gevraagd te worden naar de invloed van pijn op het dagelijks functioneren. Hiervoor kan de Landelijke Pijnanamnese ontwikkeld door V&VN Pijnverpleegkundigen gebruikt worden. In studieverband wordt vaak het ‘interferentie-deel’ (invloed van pijn op o.a. slaap, stemming, omgang met anderen en algemene activiteiten) uit de BPI gebruikt.¹

Aantal meetmomenten

Het advies luidt om pijn bij kanker regelmatig te meten en de pijnscores vast te leggen in het patiëntendossier:

  1. ziekenhuis: klinisch: 2 à 3 maal daags, poliklinisch: bij elk bezoek
  2. verpleeghuis/hospice: ≥ 1 maal daags bij patiënten met pijn en/of pijnmedicatie, wekelijks bij patiënten zonder pijn
  3. thuis: stimuleer patiënten om een pijndagboek bij te houden

Als het noodzakelijk is voor een betere analyse en als het mogelijk consequenties heeft voor de behandeling of bejegening van de patiënt kan aanvullende diagnostiek naar de oorzaken van de pijn worden uitgevoerd (NB haalbaarheid en wenselijkheid).¹

 

1. Richtlijn Diagnostiek en Behandeling van Pijn bij Patiënten met Kanker; modulaire herziening, publicatie 2016.

2. Verenso Richtlijn Pijn uit 2011

Locatie Terug